Diafragma.
De opening in het objectief.
Figuur -1-
Diafragma wordt aangeduid met F-getallen. Bijvoorbeeld F4, F3,5 of F2,8.
Niet echt logisch lijkende getallen.
En daar komt nog bij, hoe groter het getal, hoe kleiner de opening.
Hoe zit dat nou precies?
Ik heb daar 2 plaatjes bij gemaakt (fig. -2- en -3-).
Uitgaande van een objectief met een brandspuntafstand van 50mm.
F4 betekent dat als je vier cirkels tussen het objectief en de sensor tekent dat de grote van één zo’n cirkel even groot is als het diafragma.
Bij een brandpuntafstand van 50 mm. en F4 is de diameter van die cirkel dan 12,5 mm. (=50 : 4)
Figuur –2-
Bij F8 hoort dan dit plaatje:
Figuur –3-
Hier is de diameter van het diafragma 6,25 mm. (=50 : 8 )
Dus inderdaad, hoe groter het f-getal, des te meer cirkels, hoe kleiner het diafragma.
De F-getallen in de bovenstaande animatie (figuur –1-) leiden tot verdubbelingen net als bij iso of bij sluitertijden.
Toegelicht met een getallenvoorbeeld:
(vooraf:
straal: de helft van de diameter.
En oppervlakte van een cirkel: straal x straal x pi.)
F4 geeft een diameter van 12,5mm. (=50/4). Straal is dan 6,25mm. (helft) En de oppervlakte: 122,71 mm2.
Zo geeft F5,6 een oppervlakte van 62,61 mm2.
De cirkel bij F5,6 is dus de helft van die van F4.
De onderstaande tabel laat zien dat het steeds verdubbelingen zijn:
figuur -4-
Dat in de laatste kolom niet steeds precies x 2 staat komt omdat de F-getallen afgeronde getallen waren.
Als het diafragma verdubbelt dan kan de iso-waarde of de sluitertijd dus halveren om de zelfde hoeveelheid licht te vangen.
Vr.Gr.ERik





Met citaat reageren


Favorieten/bladwijzers